Stormachtig theater in Borculo
Wie: Ruurd Wallinga en Openluchtspel Borculo
Wat: "Rampzalig!" en "100 jaar Cycloon Borculo"
Waar: Joriskerk Borculo en Galgenveld Borculo
Wanneer: 24 juli 2025 (Kerkspel) en 26 juli 2025 (openluchtspel)
Regie: Ruurd Wallinga (vermoed ik voor het Kerktheater) en Gerrit Kers & Frits Weernink (openluchtspel)
De stormramp in Borculo deed 100 jaar geleden heel wat stof opwaaien. Het halve stadje Borculo viel ten prooi aan "de Cycloon". Een ramp van een dergelijke omvang was nog nooit vertoond in Nederland. Iedereen las of hoorde van de ellende die het Achterhoekse stadje had door moeten maken. Hulp kwam schoorvoetend op gang; het leger werd ingezet! Het werd zo groot dat zelfs de Koningin zich genoodzaakt voelde af te dalen naar de rampplek. Dat was nog nooit vertoond! Een en ander moet volgens de annalen worden toegeschreven aan burgemeester De Muralt die als een rampenbestrijder avant-la-lettre intuïtief doorhad hoe belangrijk publiciteit was in dezen: iedereen moest en zou het weten, anders zou er ook geen geld komen. En geld kwam er. Uit heel de wereld! Zoveel zelfs dat er na de herbouw van de stad nog geld overbleef. Daarmee werd uiteindelijk het Nationaal Rampenfonds opgezet, dat nu nog bestaat. Net zoals ramptoerisme.
Twee theaterproducties werden dit jaar gewijd aan deze ramp. En beide waren om verschillende redenen de moeite van het afreizen naar Borculo zeker waard.
Laat ik beginnen met de voorstelling Rampzalig van Ruurd Wallinga. Ruurd woont nog niet zo lang in het Achterhoekse maar laat van zich horen. De door hem geïnitieerde verhalenroute "Het geheim van Geesteren" mag zich al twee jaar in een warme belangstelling van het publiek koesteren en nu grijpt hij het herdsenkingsjaar van de stormramp aan om een theaterstuk te maken in de Joriskerk. Niet bij toeval gekozen want 100 jaar geleden was dat het centrum van de ramp. Er bleef niet veel meer van die kerk over. Ruurd is ook voorganger -"Ik ben de meestgevraagde Christelijke-Cabaretier van Nederland" grapt hij weleens- maar dat helpt hem wel als het gaat om een diepere betekenis te geven aan zoiets als een stormramp. Dominees die de grap niet schuwen worden al snel cabaretiers. De theatervloer is een minder verdacht podium dan de kansel en op een podium valt een clownsneus niet zo op. Maar Ruurd speelt in een kerk en daar vallen het kleurrijke achterdoek en een clownsneus wel degelijk op.
Het is een heel prettig uur dat Ruurd ons voorschotelt. Muzikaal ondersteund door organist Eelco Schuijl die ook verantwoordelijk is voor de composities, en paukenist Sten Rensink, die op mijn middag echter wegens vakantie vervangen werd door een paukenist waarvan de naam onterecht nergens vermeld werd. Die muziek en de zangnummers in het programma waren wel de sterkste onderdelen van de voorstelling. Daar grijpen de gebeurtenissen en de vragen van Wallinga je het meest bij de keel. Centrale vraag is hoe we omgaan met tegenslagen en of we die nu ten allen tijde moeten proberen te voorkomen of niet. "Je komt er altijd sterker uit." zeggen we dan vaak. Maar we moeten er dan wel eerst uit zien te komen, dat is wel de voorwaarde voor (innerlijke) groei. Met een lach en een traan weet Ruurd Wallinga ons die les wel voor te houden en dat maakt het een prettig uurtje. Niet zo stormachtig als beloofd, daarvoor ontbreekt de echte theatraliteit, maar wel om fijn over na te denken. Degene die in staat is om betekenis te geven aan wat hem overkomt kan het leven beter aan dan degene die zich maar blijft afvragen: "Waarom ik?" En in die betekenisgeving slaagt Wallinga zeker. Hij maakt een mooie verbinding tussen de ramp honderd jaar geleden en de actualiteit van vandaag de dag, waar ook genoeg is om voor te vrezen. Maar na een uurtje Wallinga kun je die ook wel weer aan. Wat een genoegen is dat?!
Heel anders pakken ze het aan bij het Openluchtspel. Diep indrukwekkend is het decor waar half Borculo 1925 best realistisch is nagebouwd. Het terrein van het Galgenveld leent zich daar ook uitstekend voor. En dat dat halve stadje na de stormramp ineens ook half vernield blijkt, is een theatrale prestatie van fomaat. Ook het aantal deelnemers is duizelingwekkend. En allemaal even mooi aangekleed in de kledij van 100 jaar geleden. Een lust voor het oog.
Maar het verhaal zelf stort helaas net zo snel in als het stadje. Schrijfster Ada Bruil had er -in samenspraak met regisseurs Gerrit Kers en Frits Weernink - voor gekozen om vooral de geschiedkundige feiten en bekende anekdotes leidend te laten zijn in haar verhaal. Maar zo vertel je geen rampenverhaal, weten we sinds rampenfilms als "Titanic", "Pompeï" en -what's in a name- "De ramp". Een goed rampenverhaal bouw je op aan de hand van verzonnen of halfverzonnen mensen. Je zorgt eerst dat het publiek van ze gaat houden en dan laat je ze in de overbekende ramp terecht komen -die ook nog eens prachtig in beeld gebracht moet worden. Dat laatste is het geval in deze voorstelling. Maar het ontbreekt aan die verzonnen of halfverzonnen figuren die je in je hart sluit. Het wil dan ook helpen als één ervan hartverscheurend overlijdt in het verhaal, liefst na een heldendaad. Maar niets van dat al. Het meest blijft de figuur van burgemeester De Muralt hangen doordat die zo prachtig, geloofwaardig gespeeld wordt door Jan Esselink. Maar die is in functie en het is met name in die functie dat hij exceleeert. Niets krijgen we te weten over hem, zijn vrouw en zijn kinderen en hoe zij zich voelen bij al die rampspoed. Dat is jammer. Want zo sleept het verhaal zich voort langs de historisch kloppende gebeurtenissen die we ons al van te voren voor kunnen stellen of al eerder te lezen waren. Wat ontbreekt is spanning en verrassing; de echte beleving en de opluchting van dat we het samen overleefd hebben. De ogen krijgen tijdens de voorstelling meer dan voldoende waar voor het geld, het hart kwijnt een beetje weg. Er zullen ook mensen zijn die helemaal hoteldebotel zijn van alle gedetailleerdheid die er op het speelvlak te zien is -nooit ergens een saai moment- en dat is ook te danken aan alle spelers en de beide regisseurs, maar dat laat onverlet dat de voorstelling toch ook stiekem een klein festival van de gemiste kansen is. We moeten het -denk ik- nog vaak zeggen: schrijven is een vak, vergelijkbaar met het werk van architecten: je moet talent hebben en ervoor gestudeerd hebben. Je moet iets van constructies afweten en een eigen artistieke stempel op een gebeurtenis kunnen drukken. Anders maak je een zwak gebouw, gedoemd om ooit om te waaien.