Donderbuien, Decor en de Dramaturgie

Wie : Openluchtspel Borculo
Wat : Het Veenspook van D.J. Eggengoor
Waar : Openluchttheater ‘t Galgenveld
Wanneer : 15 juli 2023
Nog te zien: 19, 21 en 22 juli 2023
Regie : Gerrit Kers

In de jaren ‘90 van de vorige eeuw schreef ik theaterrecensies voor de Gelderlander. Regelmatig liep ik bij zo’n voorstelling de recensent van de Graafschapbode tegen het lijf. Als hij dan zag dat het stuk van de avond geschreven was door D.J. Eggengoor wist hij dat hij een korte avond zou hebben. In de eerste pauze was hij dan al verdwenen. Hij was een gelouterde recensent, ik een beginneling. Ik bleef dus wel de hele avond zitten, bang dat ik was dat de theaterzaal na de pauze af zou branden en ik daar in mijn bespreking niets van zou melden. Iets dergelijks was al eens gebeurd.
Nu, 30 jaar later, bestaan Graafschapbode en recensent niet meer en ben ik iets meer ervaren in het kijken naar voorstellingen. En ineens stond die naam daar weer op het programmaboekje: D.J. Eggengoor. Even dreigend als de wolken die boven het Galgenveld hingen. Met “Het Veenspook” als titel maakte ik me op voor een nogal griezelige theateravond.

Het eerste dat me opviel in dat fantastische openluchttheater in Borculo was het schitterende decor. Weet je, alle decors in de Achterhoekse openluchtspelen zijn prachtig, maar wie gisteravond binnenkwam in het Galgenveld stapte een compleet andere wereld binnen. Een wereld met zoveel details dat je er even niet op uitgekeken raakte. Een levende wereld ook want een hele kudde schapen bevolkte het voortoneel terwijl in kooien en rennen een bok en een geit en kippen levendigheid in het toneel brachten. Daarbovenop had regisseur Gerrit Kers de spelers de opdracht gegeven om ook tijdens het binnenlopen van het publiek -altijd toch snel een half uur- af en toe in de rol op het toneel te lopen of te rijden om iets te doen dat bij hun personage paste. Dat had ik nog nooit in een openluchtspel gezien en dat beviel uitstekend! Gedurende de avond bleek in het decor allerlei mooie, onverwachte, goed doordachte trucjes en effecten gebouwd te zitten. Zo bleef het oog geboeid en de kijker verrast.

Openluchtspel Borculo vierde met dit dertigste openluchtspel (!) een mooi jubileum en het is aan alles te merken dat deze mensen weten hoe je een openluchtspel opzet, uitvoert en uitverkoopt. Vanaf de simpele, maar onontkoombaar duidelijke zwart/wit aankondigingsborden op de rotondes rond Borculo, tot aan de regencapes die gratis werden uitgedeeld toen de weergoden zich tegen ons keerden, aan alles was gedacht: hapje, drankje, kussentje, boekje en op hun website elke voorstellingsdag om 17.00 uur de mededeling of de voorstelling doorgaat of niet. Hier spreekt 34 jaar ervaring. Heerlijk.

Ook was het oorspronkelijke verhaal van Eggengoor uitgebreid met figuratie en verhaallijntjes die het kijkspel enorm verrijkten. Maar het fijnst om naar te kijken waren natuurlijk de acteurs zelf. Hilda Haselberg regeerde in de rol van logementhoudster Truida als een keizerin over het toneel en zeker voor de pauze was zij het die het publiek meesleepte in het stuk. Maar als tweede zuil van het theatrale bouwwerk moet meteen Rianne Broshuis genoemd worden die in haar vertolking van Liesje het hele stuk door de harten van de toeschouwers verwarmde. Waarmee ik de andere spelers niets tekort wil doen. Er werd vol overgave gespeeld en dat maakte dat je steeds met minimaal een glimlach zat te kijken. Daar konden ook de donderbuien die deze avond teisterden niks aan veranderen. Gewoon even een half uurtje met zijn allen schuilen bij de bar en de fritestent en door!

Helaas, 30 jaar na dato kreeg ik vanavond ook eindelijk door wat mijn collega van de Graafschapbode bedoelde te zeggen steeds als hij bij een stuk van Eggengoor het einde niet haalde: “Die schrijver verstaat zijn vak niet.”
Na de eerste pauze biedt het tweede bedrijf een flauwe en trage herhaling van zetten uit het eerste bedrijf en na de tweede pauze verlebberen alle verhaallijnen tot trieste spaghetti- sliertjes. Het verhaal loopt leeg als een pak vanillevla: traag, blubberig en van een bleke kleur. Jammer. Daar had Eggengoor, maar ook de regisseur veel baat kunnen hebben bij een dramaturg. Iemand die weet hoe de verhaallijnen zich moeten ontwikkelen om het publiek de hele avond in spanning te laten over de dingen die gaan komen. Want zeker als je de stukken van Vink gebruikt, kun je er maar beter niet van uitgaan dat die basis daar al in aanwezig is.