Diepe smart bij STYX in IJzerlo
Wie : C.O.V. IJzerlo
Wat : Openluchtspel “Styx” door Marijn Kraaijenbrink, Arjan Tolkamp en Remco Wassink
Waar : Terrein aan de Keizersbeek in IJzerlo
Wanneer : 1 september 2023
Regie : Remco Wassink
In IJzerlo wonen dappere mensen. Ik mocht er al een paar keer op de basisschool aldaar een project verzinnen “anders dan ooit daarvoor bedacht was”. Ik mocht er ooit met 2 moeders jeugdtheaterstukken maken omdat “hun kinderen theater ook hartstikke leuk vonden.” En 7 jaar geleden zag ik er het openluchtspel “Totem” dat me van mijn stoel blies door originaliteit, techniek, doordachtheid en gelaagdheid.
En nu, na 7 jaar was het weer zover. Dezelfde schrijvers als van “Totem” presenteerden hun nieuwe openluchtspel “Styx”. Niet alleen de naam, maar ook hun banners die op tal van plekken in de Achterhoek waren opgehangen, beloofden opnieuw een meeslepende avond. Over meeslepend gesproken, ik had een aantal theaterliefhebbers meegesleept omdat “ze nog nooit zoiets gezien hadden.”
Theater is nogal een vak en het siert de mensen van “Styx” dat ze de moed hebben om met dat Theater te experimenteren. Ze hebben niet gekozen voor de makkelijke weg, maar ze doen alles zelf: schrijven, regisseren, produceren. Ze weten heel IJzerlo te betrekken bij en te enthousiasmeren voor hun product. Terecht schrijft Remco Wassink in zijn voorwoord dat het prachtig is om te zien dat een klein buurtschap als IJzerlo groot in kan zijn: in het samen realiseren van een uniek openluchtspel.
De locatie was al prachtig: De Keizersbeek bij de Tammeldijk. Een plek die 40 jaar geleden al de grondlegger van de openluchtspeltraditie van IJzerlo, Henk Westervelt, was opgevallen. “Daar moesten we een keer een stuk voor schrijven”. En nu was het dan zover. En het werd een ramp.
Het was niet zo dat er iets schuurde of haperde of vergeten werd. Nee, niets kwam tot zijn recht, niets kwam uit de verf, niets klopte. En al helemaal niet ons theaterhart. We verlieten na 3 uur kijken, verbijsterd en teleurgesteld het terrein.
Allereerst: het lag niet aan de spelers, die hun stinkende best deden om vorm te geven aan de personages die ze moesten spelen: de stoïcijnse hovenier op zijn elektrische maaimachine die werkelijk elke seconde dat hij op het toneel was, nauwkeurig en onverstoorbaar zijn werk deed. De podiumbouwer die overduidelijk onbetrouwbaar was, dat hoorde je aan zijn leuke accent. De partyplanner, de beveiligers, de secretaresse, de body-double, noem maar op. Ze verdienen allemaal een dikke pluim! Maar hun toewijding kon dit stuk niet redden. Want het bleek in de kern te schorten aan de meest basale theatrale kwaliteiten.
Na die drie uur begrepen we wel wat de schrijvers voor ogen had gestaan: een gelaagd verhaal over de Scrooge-achtige graai-kapitalist Maximilian Schuitemaker die aan het eind van de avond het licht ziet, spijt heeft, maar dan al overleden is en als geest achter zijn lichaam aanloopt dat op een trekkertje weggereden wordt. Dat de Keizersbeek dan de Styx is, de rivier naar het dodenrijk uit de Griekse Mythologie, moet je als toeschouwer maar accepteren, maar zoiets vergt natuurlijk wel enige uitleg. Die kwam er niet.
Het experiment dat de schrijvers met het verhaal uitvoerden was dat elke scène in een ander toneelgenre zou worden uitgevoerd: “Komedie, misdaad, drama en mysterie” zouden het openluchtspel “fris, levendig en boeiend” maken. Het werd geen van drieën. Het stuk trok, lag vaak stil, kende geen greintje spanning, had geen personages waarmee je je mee wilde identificeren - of het zou Ineke, de vrouw van aardsklootzak Alfred de Boer moeten zijn waarmee je het hele stuk compassie hebt omdat ze met hem getrouwd moet zijn. Ook al zie je haar pas op het allerlaatst, de denigrerende manier waarop Alfred de Boer het hele stuk over haar spreekt is weerzinwekkend. We hoopten nog even dat Ineke hem in de Styx zou verdrinken, maar zelfs dat plezier werd het publiek niet gegund.
In de pauze en na afloop vroegen we ons af hoe het zo fout had kunnen lopen met Styx. Had er niemand met verstand van dramaturgie het script onder ogen gehad? Was er wel genoeg op locatie gerepeteerd zodat ze hadden kunnen zien dat het tempo van de voorstelling tergend laag lag? Had Remco Wassink niet door dat je wel van heel veel markten thuis moet zijn om én schrijver, én regisseur, én hoofdrolspeler van het stuk te zijn? Waren zijn helpende hand en zijn arendsoog als regisseur niet veel belangrijker dan zijn spel? Had hij op de tribune gezeten als regisseur dan had hij meteen gezien dat er van alles haperde aan het stuk. Hij had tijdens de voorstelling de techniek kunnen bijstaan, want die was het spoor af en toe ook flink bijster. Maar ook zijn collega-schrijvers hadden al eerder moeten zien dat het script niet werkte. Er ontstond op de tribune nergens iets van intens meeleven, van een hartelijke lach of iets van stille verwondering. Ook al was dat moment van de dansende Antoinette op het water een mooi en theatraal beeld, het was het eerste theatrale beeld en toen was de strijd al lang verloren. Het deed er niet meer toe.
Het is altijd uiterst smartelijk als een experiment mislukt. Zoveel tijd, energie, en toewijding die er in het proces worden gestopt, die dan geen resultaat hebben; geen euforisch gevoel teweeg brengen. Dat doet pijn. Vooral bij de spelers natuurlijk. Maar ook bij het publiek. Je zou het zo graag anders willen. Maar het heeft geen zin om zo’n mislukking met de Mantel der Liefde toe te dekken. Ook al voel je er een verzet tegen en wil je het niet horen, de dingen die mis gegaan zijn moeten benoemd worden om er van te leren. En het is te hopen dat de mensen uit IJzerlo, dat gesprek met elkaar durven te hebben. En dan niet bij de pakken neer te gaan zitten maar ons over 5 jaar opnieuw te verrassen met een zelfgeschreven stuk. Want het experiment is altijd te verkiezen boven de veilige keuzes met blijspelen van Vink c.s. die niets anders zijn dan meer van hetzelfde. Daarom IJzerlo, heel veel respect voor de poging. Experimenten mogen mislukken, dus graag over 5 jaar weer een experiment.